Terug in de schoolbanken: tropische plantensystematiek

De wekker gaat al twee weken om klokslag half zeven, soms zelfs vroeger omdat ik het streven heb om ’s ochtends een uurtje eerder op te staan om te studeren. Hoewel dat nog geen enkele keer is gelukt, zet ik ook voor morgenochtend weer de wekker om half zes in plaats van half zeven. Ijdele hoop is ook hoop, zeg maar.

Back to school
De afgelopen twee weken zat ik steeds samen met Charlotte om klokslag negen uur in de schoolbanken van de Universiteit van Leiden. In een luttele drie weken willen we kennis maken met én kennis vergaren over circa 45 plantfamilies. Families die overal in de tropische gebieden van de wereld of juist in hele specifieke gebieden floreren. De namen eindigen bijna allemaal op –aceae en van het gros heb ik nooit eerder gehoord. Al zegt dat laatste alles over mij en niets over het botanisch vakgebied.

45 families klinkt misschien veel (en dat is het voor mij ook), maar dit aantal vertegenwoordigt slechts 10% van alle families. In totaal zijn er om en nabij 416 families in kaart gebracht. De overige 371 zal eenieder helaas op eigen houtje eigen moeten maken. Deze cursus is namelijk nog maar de enige die in Nederland wordt gegeven op het gebied van de taxonomie: het wetenschapsveld in de biologie, dat zich bezighoudt met het vinden, beschrijven, benoemen en indelen van organismen. Charlotte en ik voelen ons uitverkoren.

Te hoog gegrepen?
Medestudenten zijn onder meer masterstudenten biologie van Leiden, Wageningen en Utrecht of afkomstig van andere plantgerelateerde opleidingen of vakgebieden. Ook de hortulanus van de botanische tuinen van Amsterdam en enkele plantverzorgers van Burger’s zoo doorlopen de cursus, ondanks hun reeds omvangrijke plantenkennis.
Samen vormen we een klasje van circa 25 zeer gemotiveerde studenten. Als verstedelijkte leek besef ik me terdege dat ik in een ‘expertklas’ terecht ben gekomen. Direct neem ik me voor niet onzeker te zijn over mijn kennisgebrek en die zeker de pret niet te laten drukken. Ik ben gekomen om te leren en het staat buiten kijf dat dat sowieso gaat lukken. Linksom of rechtsom.

Meteen op de eerste dag vliegen me begrippen om de oren die ik nog nooit eerder heb gehoord. Engelse begrippen die deels aan het Latijn zijn ontleend, maar net zo vaak niet. Hier en daar kan ik vanuit mijn gymnasiumachtergrond sommige woorden naar hun vermeende betekenis herleiden, maar echt helpen doet dat niet. Specifieke begrippen als cymose, imparpinnate, tepals, calyx. stipule, apocarpous, cauliflorous, ruminate endosperm, mesocarp en de moeilijkste van allemaal ‘gynostegium’ doen me die eerste dag, en ook de rest van de week, meer en meer duizelen. Zo moet een vluchteling zich op zijn eerste dag op school in het nieuwe thuisland voelen, denk ik nog bij mezelf. Ik probeer mijn aandacht er zo goed mogelijk bij te houden. De gedetailleerde foto’s op het projectiescherm, de expertise van de docenten en de sfeer houden me letterlijk bij de les.

IMG_4830.jpg
IMG_4936_kopie.jpg

Studiebol
Op zoek naar wat herkenning, kijk ik opzij naar Charlotte. Ze zit naast me. Ze zit er uitermate ontspannen bij. Netjes noteert ze het ene na het andere begrip in haar notitieboek. Af en toe voegt ze er een tekeningetje aan toe, waaruit ik kan opmaken dat ze het allemaal écht begrijpt. Huh, hoe kan dat nou? Heb ik iets gemist? De onzekerheid uit mijn jeugdjaren komt direct bovendrijven. Herinneringen aan vroeger spelen me ineens weer parten. Opgegroeid in twee culturen kon iets voor een ander volledig vanzelfsprekend zijn, maar voor mij oh zo vreemd - en andersom. Dit bracht me vaak van mijn stuk en maakte me erg onzeker. Als volwassene weet ik inmiddels dat ik dit soort gevoelens het beste met mijn gezond verstand kan beteugelen. Straks dus maar gewoon even aan haar vragen hoe dit kan.

Wanneer ik haar in de pauze ernaar vraag, vertelt ze me dat ze voorafgaand aan haar opleiding grafisch ontwerp, uitgeloot was voor de studie Geneeskunde. Als alternatief heeft ze twee jaar Farmacie gestudeerd. Plantkunde of plantwetenschap was een belangrijk onderdeel. Pas na die twee jaar besloot ze naar de kunstacademie te gaan. Het creatieve trok haar uiteindelijk meer. Wel leuk om erachter te komen dat Charlotte, net als ik, zowel aan de universiteit als aan de kunstacademie heeft gestudeerd. Dat verklaart deels waarom we elkaar zo graag mogen. We ontpoppen ons gedurende de cursus als echte schoolvriendinnen. Net vlinders.

IMG_4872_kopie.jpg

Morfologie
Een week later arriveert mijn nieuw bijbeltje ‘The Kew Plant Glossary. An illustrated glossary on plant terms.’ Het boekje helpt me om de plantfamilies die elkaar nog steeds in een voor mij te rap tempo opvolgen, beter te begrijpen. Ook kom ik erachter dat het deel dat ik niet begrijp officieel ‘morfologie’ heet, wat letterlijk ‘vormkunde’ betekent. Om de plant in al haar verschijningsvormen te kunnen herkennen en te duiden, heeft zo’n beetje elk minuscuul onderdeel van de plant zijn eigen naam. Net als bij wijn is het handig wanneer iedereen zich een beetje van dezelfde termen bedient als men over het onderwerp spreekt. Dit voorkomt verwarring, zou je denken. Maar zoveel planten, zoveel nieuwe woorden lijkt het. Gelukkig hoor ik tot mijn geruststelling de ene gastdocent vaak plagend met de andere kibbelen over welke plant bij welke familie behoort. Onder elkaar is veel ook nog helemaal niet persé zeker, geloof ik.

Ondanks dat mijn theoretische kennis langzaamaan toeneemt, blijft het practicum in de middag zijn eigen problemen meebrengen. Gedroogde bloemen en/of bijvoorbeeld een platgedrukte vrucht uit 1967 uit Indonesië zien er onder mijn vergrootglas toch iets anders uit dan in de schematische weergaven in de powerpointpresentaties van die ochtend. Theorie en praktijk bewijzen opnieuw zich soms maar weinig van elkaar aan te trekken.

Nomenclatuur
Maar wat leren we nu eigenlijk? Wat is een plantfamilie? En waarom nemen we de moeite om planten op dat niveau te determineren? De lage landen zijn nu niet bepaald de tropen. Maar wat als ik je nu vertel dat de meeste kamerplanten in feite tropische planten zijn? Onze warme huiskamers zijn de voornaamste reden dat ze in ons gematigd klimaat kunnen overleven. In onze huizen proberen we doorgaans het hele jaar door de temperatuur constant te houden. Lekker warm en behaaglijk. Kamerplanten vinden die behaaglijkheid meestal net zo fijn als wij, alhoewel de droogte in onze huizen ze dan vaak weer parten spelen, maar dat onderwerp bewaren we voor een andere keer.

Pannenkoeken met krokodillentranen en peper.
In plantenwinkels of tuincentra wordt steeds vaker de botanische naam vermeld bij een plant. De naam op het label bestaat vaak uit twee (of drie) delen. Het is een samenstelling van doorgaans de genus (het geslacht) en de soort (species). In een enkel geval wordt soms ook een derde naam vermeld, de cultivar (variëteit). Dat is vaak een toevoeging op het einde van bijvoorbeeld de ontdekker of de kweker om een specifieke ‘variatie’ op de soort te claimen.
Het geven van namen aan, in dit geval planten, volgens een vaste set aan regels noemen we de nomenclatuur.
Het Pannenkoekenplantje bijvoorbeeld wordt officieel aangeduid met de botanische naam ‘Pilea peperomioides’. Zo weet iedereen dat het dan om de plantensoort peperomioides’ gaat, behorend tot het geslacht ‘Pilea’. Om het ingewikkeld te maken, verwijst hier de soortnaam naar een ander plantgeslacht. Peperomioides betekent namelijk ‘op Peperomia gelijkend’. Waarschijnlijk vind jij het Pannenkoekenplantje, net als zijn ontdekker, best wat weg hebben van bijvoorbeeld het Krokodillentranenplantje (Peperomia obtusifolia). Maar het Pilea geslacht heeft in de taxonomie niets te maken met de rondbladerige varianten van de Peperomia. Hoewel de bladeren van de Pilea peperomioides lijken op die van meerdere soorten uit het Peperomiageslacht, hoort het plantje bij de Urticaceae ofwel de Brandnetelfamilie. Het geslacht Peperomia is onderdeel van de familie van de Piperaceae. In theorie zijn het dus de Pilea en de Brandnetel (Urtica) die een (evolutionaire) biologische verwantschap delen en dus op elkaar lijken en niet de Pilea en de Peperomia. Echt waar! Waar jij nu waarschijnlijk alleen maar de verschillen kan bedenken tussen Pannenkoeken en Brandnetels, ziet een botanische expert in hun algehele groei- en bloeiwijze juist de ene overeenkomst na de andere. Maar wees gerust, mij verbaast het niets als dit jou verbaast.

IMG_4505.jpg
IMG_4960_square.jpg

Stappenplan
(Schijn)overeenkomsten in alleen de bladvorm of -tekening betekenen in de taxonomie doorgaans weinig. Het is een set aan overeenkomsten en verschillen, zowel direct zichtbaar als moleculair, waarop een botanist de planten indeelt.
De herkenningspunten om een plant op familieniveau te determineren is onder meer kennis hebben van de (growth) habit, de bladeren, de bloeiwijze, de bloemen, de vruchten en van de zaden. Met habit wordt bedoeld of het een boom is, een struik, een liaan of een plant. En indien een plant of een liaan, is het een klimmer? Ook check je de bast op diverse aanwijzingen zoals gekleurd sap. Tegelijkertijd neem je het blad ter hand om naar de vorm en structuur te turen, peuter je een fragiele bloem open om de stampers en het stigma te bestuderen. Je telt het aantal schut- en kroonbladeren en concentreert je maar ook meteen op het aantal meeldraden. Die nemen soms, net als de kelk- en kroonbladeren, de meest waanzinnige vormen aan: soms gedragen ze zich zo vrij als de vogel die ze komt bezoeken, andere keren zijn ze op elkaar geplakt als haringen in een ton. Ze in die hoedanigheid simpel optellen is dan eerder een vorm van hogere wiskunde. Ondertussen leer je je af te vragen of de eicel inferieur is of superieur. Maar hoe je die moet ontwaren, terwijl het bloemetje zelf al niet veel groter is dan een mier? De vrucht levert in dat geval de juiste informatie op. Ook de zaden vertellen je het een en ander, maar daar moet ik me nog in bijscholen voordat ik daarover de wijsneus ga uithangen.
In de loop van de tijd word ik er wat beter in, weet ik waarnaar ik moet kijken, hoe ik het moet benoemen en dus in welke familie ik bepaalde specimens kan plaatsen. Charlotte blijft me ondertussen ver voor. Erg vind ik dat geenszins. Ieder zijn talent, denk ik maar. Met veel geduld vervult ze haar rol als mijn vraagbaak. Al met al is dit wat Charlotte en ik nu in hoog tempo aan het leren zijn: om ons niet alleen te concentreren op de overeenkomsten tussen diverse planten onderling, maar om vanuit soms hele kleine verschillen toch de overkoepelende plantfamilie te kunnen duiden. Meer kennis leidt tot een hoger bewustzijn en een beter weten tot juist handelen. En daar heeft alles en iedereen baat bij.

Plantfamilie nummertje 417
Ondertussen passen we onbewust de analyse van de overeenkomst en het verschil ook meer en meer toe op onze studiegenoten. Langzaamaan wordt de grootste overeenkomst duidelijk: we zijn allemaal dol op planten en willen meer, meer, meer en het liefst alles over ze weten. Samen vormen we na een kleine twee weken zelf bijna een eigen plantfamilie. Vooral de excursies samen naar de hortus Amsterdam en Burger’s bush heb ik ervaren als een feestje. Hierover zal ik na afronding van de cursus wat meer schrijven. Eerst nog een weekje goed opletten en het examen proberen te halen aan het einde van deze week. Daarna kan ik mijn nieuwe kennis in de winkel etaleren, en zal ik me wellicht aan nog een blog wagen. Die zal dan over de mensen gaan, want meer gedreven mensen dan botanisten heb ik nog zelden ontmoet. Mezelf incluis, geloof ik.

IMG_4589 kopie.jpg
IMG_4895.jpg
IMG_4515_kopie.jpg
IMG_4986.JPG
IMG_4794_kopie.jpg