Planten die vlees eten – 5 dingen die je zou moeten weten

Vleesetende planten spreken op allerlei vlakken tot onze verbeelding. Niet alleen zorgen hun fatale verleidingskunsten voor horrorachtige associaties, maar vooral zijn de meeste van deze bijzondere planten van een welhaast buitenaardse schoonheid. Voor wie al vleeseters in huis heeft, of voor wie eraan wil beginnen, zetten we 5 wetenswaardigheden over deze insectenverslinders op een rij. 

IMG_9854.jpg

1.     Vleesetende planten eten insecten (en een enkeling vleermuizenpoep) om aan de juiste voedingsstoffen te komen

Vleesetende planten groeien vaak in gebieden waar weinig voedingsstoffen, zoals stikstof, in de grond zitten. Bijvoorbeeld in moerassige gebieden, op droge zandgronden of kalksteenkliffen. De ontbrekende voedingsstoffen halen ze uit insecten (en andere geleedpotigen). Deze vangen ze op ingenieuze wijze met hun vallen.

Van één soort (de Nephentis Rajah op Borneo) is bekend dat deze zijn voedingsstoffen ook haalt uit de uitwerpselen van vleermuizen en andere kleine zoogdieren. Omgekeerd gebruiken de vleermuizen de enorme bekerplant als slaapplek. Een mooie win-winsituatie.

2.     Vleesetende planten zijn niet gevaarlijk (maar dat wist je waarschijnlijk al)

Als je een timelapsefilmpje bekijkt van een vlieg die wordt verorberd door een Zonnedauw, dan ben je blij dat er geen vleesetende planten bestaan die het op mensen hebben gemunt. Echt, google even zo’n filmpje. Het is fascinerend om te zien hoe zo’n plant te werk gaat. Maar echt gevaarlijk zijn ze natuurlijk niet. Behalve voor insecten dan.

3.     Vleesetende planten verleiden met geur en kleur

Waar de meeste planten hun bloemenpracht inzetten om insecten te verleiden hun stuifmeel te verspreiden, gaan de carnivore types voor het keiharde bedrog. Met bladeren die eruitzien als kleurrijke bloemen (maar dat niet zijn) of met hun plakbolletjes die naar nectar ruiken (maar dat niet zijn), verleiden ze hun slachtoffers om dichterbij te komen. Eenmaal gearriveerd op of in de imaginaire ‘snoepwinkel’ worden insecten stevig beet genomen en niet meer losgelaten.

Vleeseters 2.jpg

4.     Sommige vleesetende planten kun je het hele jaar buiten houden in Nederland

Wil je vleesetende planten in je tuin? Dat kan! Verschillende soorten Sarracenia (trompetbeker), Venusvliegenvallen en winterharde Zonnedauwen en Vetbladen (Pinguicula) kunnen het hele jaar buiten staan. Je moet alleen wel een moerastuintje voor ze aanleggen, want gewone bloemenborders zijn te droog en te voedselrijk. Je kunt zo’n moerastuintje trouwens ook in een grote pot maken in plaats van in de volle grond. Mocht het toch niet gaan zoals je hoopte, dan kun je de pot nog naar binnen halen.

5.     Vleesetende planten houden van zon en natte voetjes

Om het klimaat na te bootsen waar de plant oorspronkelijk vandaan komt, zet je de meeste vleesetende planten op een zonnige plek op een schaaltje met een laagje water (Vetbladen willen liever wat droger staan). Op deze manier voelen ze zich het meest thuis. Let wel op: in de winter willen veel planten een rustperiode. Dan zet je ze wat koeler (met zo veel mogelijk behoud van het licht) en geef je minder water.

Doordat vleesetende planten gewend zijn op arme grond te groeien, moet je ze thuis géén extra mest geven. Daar kunnen ze niet mee omgaan. De wortels verzuren binnen no time. Laat je per carnivoor goed informeren, want er zijn wel wat verschillen in voorkeur tussen de soorten.


Wil je meer weten over vleesetende planten? Op donderdag 29 november verzorgt botanisch filosoof Norbert Peeters een lezing hierover in de reeks Darwin & Drinks. Die reeks is sowieso zeer de moeite waard!

En wil je zelf een plantje aanschaffen? How are you growing? heeft een flinke collectie vleesetende planten in de Greennest Gallery in de Botanische Tuinen Utrecht. Kom gerust langs voor meer informatie!  

Vleeseters 1.jpg