Waarom jij een sierplant met grote bladeren in je kamer wil 
(en waarom je niet de enige bent)


Zit je ook zo verlekkerd te kijken naar al die ‘urban jungle’-plaatjes op pinterest en instagram? Of je nu bladert door de laatste woonmagazines of je loopt de gemiddelde nieuwe koffietent binnen: overal staan planten. Binnengroen is hartstikke hip. Dat is niet altijd zo geweest. De liefde voor kamerplanten verandert door de jaren heen. Maar hoe komt dat nu eigenlijk?

Meer dan alleen mode

Het hebben van planten in huis is niet alleen maar een modeverschijnsel. Maatschappelijke veranderingen en wetenschappelijke inzichten hebben grote invloed op de (groene) inrichting van onze huiskamers. Zo waren er voor 1850 amper kamerplanten te krijgen. Planten werden alleen privé gehouden door rijke mensen met tuinen en oranjerieën.

 Calathea roseapicta

Calathea roseapicta

Contact met de natuur

In het voetspoor van de industriële revolutie (in Nederland vanaf ca. 1850) verschenen er steeds meer planten in de huizen. Dit kwam onder andere doordat mensen meer in steden gingen wonen. Door kamerplanten te houden konden ze het contact met de natuur behouden. Daarnaast kregen mensen meer vrije tijd. Ze gingen hun huizen gezelliger maken, omdat ze vaker thuis waren. Planten waren daar een belangrijk onderdeel van. Vanwege hun schoonheid, maar ook omdat ze goed zouden zijn voor de gezondheid (en dat zijn ze).

Planten als opvoedmiddel

Het was ook in deze tijd dat de hoogopgeleide bovenlaag van de samenleving had besloten planten in te zetten als onderdeel van een beschavingsoffensief voor de sociale onderklasse. Ze dachten dat het verzorgen van planten voorbeeldige burgers zou opleveren. Er werden Floralia verenigingen opgericht om de ‘stadse paupers’ te begeleiden met hun plantverzorging: hierbij verwachtten ze dat ongewenste gedragingen als agressie, vandalisme en alcoholgebruik zouden afnemen door de dagelijkse omgang met planten. Dat is natuurlijk niet gebeurd, maar wel heeft het geleid tot een grotere interesse voor groen, ook in de lagere klassen.

Meer keuze

Met de komst van de bloemenveiling in Aalsmeer in 1920 kwam er ineens veel meer keuze in het plantenassortiment. Vlak daarna deed de centrale verwarming haar intrede, waardoor het klimaat in de huizen drastisch veranderde. Mensen konden nu ook planten in huis zetten die een warmere leefomgeving nodig hebben. Opvallend is dat er lange tijd interesse was voor bloeiende planten. Vanaf de jaren zeventig kwam er meer interesse in grote bladplanten. Deze pasten beter in de strakke interieurs die toen hun intrede deden.

 Phaleanopsis

Phaleanopsis

Duurzame verandering

De afgelopen jaren is er weer een heropleving in de waardering van planten. Sierplanten met grote bladeren, zoals palmen, calathea’s, bananenbomen en monstera’s vinden we nog altijd mooi, omdat ze zo goed in onze interieurs passen. Maar ook bloeiende planten komen weer terug. Er is alleen een (heel groot) verschil met de plantenhype in de jaren zeventig: toen kochten mensen vooral planten vanwege hun schoonheid. Inmiddels zijn we erachter dat de aannames uit de negentiende eeuw dat planten goed voor je zijn, echt waar zijn. Onderzoek na onderzoek bewijst dat planten zorgen voor een beter woon- en werkklimaat.

Die grotebladplant kun je dus gerust in huis halen: niet alleen zal ze je huis mooier maken, je wordt er nog gelukkiger van ook.